woensdag, februari 15, 2012

"Gente Bonita"

De Braziliaanse metropool São Paulo is een klassenmaatschappij bij uitstek. Afhankelijk van je sociale status woon je in een andere buurt, draag je andere kleren, ga je naar een andere school, heb je andere vrienden, krijg je te veel of te weinig betaald voor je werk en, uiteraard, ga je uit in andere clubs.

De rijkere middenklasse heeft een handige code ontwikkeld om de bepalen of het publiek van een club of bar door de beugel kan. “Het is daar fantastisch,” hoor je dan, “Je hebt er alleen maar mooie mensen”.

Als schakel in het internationale DJ circuit, boort de überhippe club D-edge rechtstreeks in deze culturele ader. Het is, in alles, exclusief.

De club telt twee zalen, een enorm dakterras om een sigaret te roken en af te koelen (douche inbegrepen) en de onvermijdelijke VIP room. Het design is een fantastische blend van bogen, rechte lijnen en ingebouwde licht panelen die meedansen op de house en techno en je laten opgaan in de muziek van een gerenommeerde line-up van DJ’s, zoals de Nederlandse DJ Melon. Het geluidssysteem doet je ribbenkast trillen met de bass.

In het weekend gaat de club om middernacht open en sluit pas als de laatste bezoeker z’n energie reserves heeft uitgeput. En dat is meestal pas ver in de zondagmiddag.

De club begint echt vol te lopen vanaf een uur of twee in de ochtend. Het zijn bijna allemaal jonge twintigers. Schone dames in merk kleding en hoge hakken en frisse knapen met gestileerde kapsels en dure horloges drinken wodka redbull en laten zich gaan op de dansvloeren. In the VIP room slaan de echt welbedeelden een aantal Magnum flessen achterover. Althans, dat neem ik aan. Een enorme portier verzekerd immers dat de toegang wordt ontzegd aan nieuwsgierige journalisten.

Hij is niet de enige beveiliging. Zo’n 20 kleerkasten in vlekkeloze zwarte pakken zijn verspreid over de zalen. Een beetje overkill, zou je denken, maar het is niet zo bijzonder in deze stad die geobsedeerd is met veiligheid. Wie bijvoorbeeld een tijdje rondrijdt door de straten van São Paulo ontdekt al gauw een terugkerend, architectonisch motief: Een hoge muur, afgemaakt met een geëlektrificeerd hek en beveiligingscamera’s.

Mooie mensen moeten immers beschermd worden... en vermaakt.

En daarin slaagt D-Edge als geen andere club in de stad. Je stapt in het schip en laat je meevoeren op een reis van licht en muziek, ver van die lelijke, onrechtvaardige wereld met z’n favela’s en bedelaars, crack junkies en straatkinderen, geweld en corruptie.

Het is met een dergelijk hedonistisch escapisme dat Brazilianen al eeuwen proberen de schaamte op zij te zetten en te leven met de exorbitante ongelijkheid van het land. Je kunt het de eigenaren van D-Edge niet kwalijk nemen dat ze inspelen op dit fenomeen en een geriefelijke vluchtweg bieden. Ze doen het met professionalisme en stijl.

Het beste is dan ook om dat opgestoken nederlandse dominee’s vingertje op te bergen en je over te geven aan de Braziliaanse mentaliteit. Pas dan besef je wat voor een fantastische nacht het is en dans je tot de vroege uurtjes met de mooie mensen in de beste club van São Paulo.

donderdag, november 17, 2011

Ondragelijk bijgelovig

Het is moeilijk om een atheist te vinden in Brazilië. Een wereldwijd onderzoek van het onderzoeksinstituut Ipsos in opdracht van Reuters bevestigd dit. Maar drie procent van de Brazilianen antwoordt helemaal niet te geloven in “god, goden, opperwezen of wezens”. (Frankrijk is met 39% volgens het onderzoek het meest goddeloze land).

Consequentie van al dat vertrouwen is een ongelofelijk bijgelovig volkje. Reïncarnatie, boze geesten, macumba, candomblé, heiligen met genezende krachten, een kerk voor iedere bevolkingssegment (“Bola de Neve Church” is een kerk voor surfers), je kunt het zo gek niet verzinnen of er is een Braziliaan die erin gelooft.

In de Braziliaanse populaire cultuur zijn zieners en waarzeggers dan ook geen charlatans, maar helden. In twee telenovelas spelen waarzeggers momenteel een prominente rol en dan heb ik het nog niet over die eindeloze reeks “Chico Xavier” films.

Xavier leefde in de tweede helft van de 20ste eeuw en beweerde dat zijn boeken hem woord voor woord werden ingefluisterd door overleden geesten.

De films, kinderlijke verhaaltjes over spiritisme en reicarnatie, waren grote hits in de bioscopen. Ik neem aan dat de dode auteurs hun royalties niet hebben geclaimed.

Brazilianen slikken het in ieder geval allemaal voor zoete koek. En ik wordt er een beetje kriegel van. Oh, hadden we maar een Hans Teeuwen om die religiositeit eens flink op de korrel te nemen.

woensdag, november 16, 2011

De onverbeterlijke optimist